Ervaar levende historie!

Artikelen

1. De 19e eeuw: fascinerende uitvindingen!
2. Lord en Ladyshippen in het landhuis Chilston Park á la Jane Austen.
3. Thanksgiving in New England in de 19e eeuw
4. Reizen in de 18e en 19e eeuw
5. De geschiedenis van het Kerstpakket
6. Het Victoriaanse tijdperk: gezellig ouderwets met een vreemd kantje
7. Victorianen waren zo gek nog niet
8. Trouwtrend anno 2012: Victorian style
9. Onthoofde portretten uit de Victoriaanse fotografie
10. Het verhaal achter Laura Ingalls Wilder, de schrijfster van Het Kleine Huis op de Prairie
11. Paarden en hun mest probleem in de 19e eeuw
12. Jack the ripper, mythevorming en identiteit


Vindt u het leuk om een artikel te schrijven over een bepaald thema? Stuur het in en wij plaatsen het op de website.

1. De 19e eeuw: fascinerende uitvindingen !

Twee dingen vallen op aan de Victoriaanse eeuw als u kijkt naar Victoriaans Engeland. Het eerste is dat deze tijd 'oud en nieuw' met elkaar verbindt. Het traditionele en het moderne gaan namelijk hand in hand. Ook is het de laatste periode in de geschiedenis dat traditionele ambachten en gewoonten naar de achtergrond verdwenen en werden vervangen door de opkomst van mechanisatie vaak d.m.v. stoom. 
De tweede factor is dat uw over)grootouders zijn opgegroeid in deze tijd. Tegen het einde van 
de Victoriaanse periode 
werd de auto uitgevonden. Men had trouwens heel weinig kans eind 19e eeuw om een auto te zien. Als er een auto uw woonplaats naderde, dan kwam er een opgewonden man wild zwaaiend met een rode vlag om de inwoners te waarschuwen. Er waren ook grammofoons, maar deze waren in het begin zeldzaam en alleen voor de welgestelden te betalen. 
Spoelende toiletten, stromend water, straatverlichting, gas en electriciteit zijn allemaal zaken die we koppelen aan onze huidige moderne tijd. Deze moderne gemakken waren destijds eigenlijk alleen beschikbaar in de steden en dan voor de welgestelden. Het zou nog ruim een generatie duren voordat deze voorzieningen ook op het platteland beschikbaar kwamen voor iedereen. De meeste mensen geebruikten nog heel lang olielampen, kandelaars, kolenvuur en paarden(kracht).
 Op de foto de 1e auto van Mercedez Benz in 1885.






Auteur: Gerard Friesen


2. Ik heb dit artikel geschreven in de So British & Irish van half november 2011:



3. Thanksgiving Feest in New England in de 19e eeuw

In Old Sturbridge Village in New Engeland, Amerika worden jaarlijks Thanksgiving weekenden georganiseerd zoals het rond 1830 gebruikelijk was. Het was gepland op een donderdag laat in november of 1e week van december. Het was in die tijd gebruikelijk dat de kinderen thuiskwamen en er een huwelijk plaatsvond in het dorp. Het was eigenlijk de belangrijkste feestdag van het jaar en de oogst was dan binnengehaald, beesten werden geslacht en er kon tegoed worden gedaan aan allerlei lekkernijen en een groot stuk vlees. Zoals nu een kalkoen op het menu staat, was dit in de 19e eeuw vaker een gevulde kip, hartige vleespasteien en geroosterd lamsvlees. Alles werd tegelijk op tafel gezet tevens het appelgebak. De dames waren al dagen van te voren bezig met de voorbereiding van dit grootste eetspektakel van het jaar. Na het eten werd er een 'shooting' georganiseerd voor de mannen en waren de dames druk met het schoonmaken.
Pas in 1863 heeft Abraham Lincoln het als officiële feestdag goedgekeurd op elke laatste donderdag van november.          
                             Bron:Victoriana,foto's:Thomas Neill.

4. Reizen in de 18e en 19e eeuw

In de laatste honderd en vijftig jaar is de verplaatsingsbehoefte van mensen en ook goederen zeer sterk toegenomen. Voordien lag de leef- en werkomgeving voor de meeste mensen betrekkelijk dicht bij het eigen huisje, boompje en beestje. Dat had alles te maken met het gegeven dat de mens, wanneer hij zich verplaatste, alles op eigen kracht moest verrichten. Zeg maar bij de uitvinding van het wiel, daarna twee wielen, zelfs vier wielen en de trekkracht van een dier, veelal een paard, kameel of olifant, werd de horizon van de mens vergroot en sprak men niet meer over verplaatsen, maar over reizen, die toch nog vrijwel uitsluitend ondernomen werden door machthebbers en niet door de gewone man of vrouw. Bekende machthebbers uit de geschiedenis zijn Hannibal (218 v.Chr..), die met olifanten over de Alpen trok en Alexander de Grote (356-323 v.Chr..), de koning van Marcedonië, die de stad Alexandrië stichtte. We kunnen hierbij ook Napoleon (1769-1821) noemen en het opvallendste is dat de legers van Alexander en Napoleon zich op dezelfde wijze voortbewogen door middel van de trekkracht van mens en dier. De revolutionaire technische ontwikkelingen in de laatste honderd en vijftig jaar hebben er voor gezorgd dat vrijwel alle mensen konden gaan reizen en dat de overheid zich genoodzaakt zag tot het inrichten van beter openbaar vervoer.
Het meest veilige openbaar vervoer was in de 18e eeuw de trekschuit en daarna kwam de diligence. Een variant daarvan de postkoets, een diligence met op het dak ook nog vier tot zes zitplaatsen, werd al snel het vervoermiddel voor de drukke reisroutes. In Duitsland rijdt tijdens de weekeinden nog steeds een dergelijke postkoets in de Eifel als toeristisch vermaak. De koets gebouwd volgens originele tekeningen en nu voorzien van extra beveiligingen rijdt vier keer per zaterdag of zondag van Einruhr naar Erkelens, een afstand van ongeveer vijf kilometers door het bergachtige landschap. Er zijn nog steeds gegadigden te vinden voor een tamelijk prijzige rit met deze postkoets. Wie last van hoogtevrees heeft, moet zeker niet in die postkoets stappen. De koets wordt getrokken door twee zware paarden, die moeite hebben met de thans geasfalteerde wegen en daarom moet de koetsier regelmatig bij- remmen. De koets schudt tijdens het rijden heen en weer en dat betekent dat de passagier boven op de koets zo niet een beetje zeeziek, dan toch wel af en toe angstig worden. Voor zover bekend is er nog nimmer met deze postkoets een ongeluk gebeurd, maar in vroeger tijden verongelukte menige postkoets door op hol geslagen paarden of door wielbreuk. Reizen per postkoets was veelal wel de snelste , maar allerminst het veiligste openbaar vervoer, niet alleen vanwege de struikrovers, maar ook door de gebrekkige techniek van die tijd. De opening van de eerste spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem in 1839 betekende een hele vooruitgang in snelheid en veiligheid. Althans dat meenden de initiatiefnemers en de spoorlijn werd al na enige jaren doorgetrokken tot Leiden. Het spoor zorgde voor een langzaam afsterven van de trekschuit en de diligence. Langzaam, want wie verhalen leest over de eerste treinreizigers, die ontdekt dat vooral de reizigers, die geen geld hadden om overdekt te reizen en genoegen moesten nemen met de open wagens, toen waggons genoemd, veel overlast hadden van de smerige, stinkende rook van de locomotief en niet alleen stinkend bij het eindstation kwamen, maar veelal ook nog met met roet besmeurde gezichten. De trein reed dan wel op gladde railstaven, maar door het ontbreken van verende bumpers verliep de reis niet geheel stootvrij. Bovendien gebeurden er nogal wat ontsporingen en zo kon het gebeuren dat een reis per trekschuit soms toch nog sneller ging. De Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM) kreeg een geweldige financiële klap te verduren op 3 oktober 1843. Die dag verongelukte op de terugweg van een proefrit van Haarlem naar Leiden de locomotief Vesta op de rolbtug over de Warmonder Leede. Het was een menselijke fout van de brugwachter, die de brug niet verzegeld had en door het gewicht van de locomotief sloten de railstaven niet meer aan elkaar. De locomotief rolde de dijk af en de stoker kwam onder de ketel terecht en was op slag dood. Menig reiziger koos toen maar weer voor de trekschuit en de diligence. Aan alle ontsporingen kwam eerst een eind toen de HIJSM overging van breed naar normaal spoor.
Reizigers in de 18e en 19e eeuw, die gebruik maakten van het toenmalige openbaar vervoer, moeten wel heel moedige mensen geweest zijn. De uitvoerders van het openbaar vervoer waren avonturiers. Zij meenden geld te kunnen verdienen, maar tot aan de dag van vandaag heeft nog niemand ooit een cent kunnen verdienen aan de exploitatie van een openbaar vervoerlijn.

Door Joop Peeters



5. De geschiedenis van het Kerstpakket


Op het Engelse platteland werd hard gewerkt, het hele jaar door in de 19e eeuw. Maar de dag na Kerstmis kreeg het personeel op landgoederen en herenboerderijen een vrije dag. Hun bazen moesten zich behelpen met met de restjes van het Kersdiner, terwijl knechten, tuinmannen, butlers en kamermeisjes op 26 december en masse naar huis gingen en wel met een pakket! In de loop van de 19e eeuw was de gewoonte ontstaan het personeel een mand (hamper) mee te geven met lekkers en cadeautjes. Zo kwam Boxing day (letterlijk: dozendag) aan zijn naam. Aanvankelijk zaten er vooral nuttige dingen zoals etenswaren in, maar al gauw kwamen daar practische cadeautjes bij als kaarsen, kousen of een pet. Ze werden verpakt in handgevlochten rieten manden, hampers. Je kon er vanalles in vervoeren, het eten bleef er koel en vers in, en na Kerst kon de hamper worden gebruikt om er dingen in op te bergen of te vervoeren, erg handig! Later nam de middenstand de gewoonte over. Ook ambachtslieden en winkeliers in de stad gaven hun personeel met Kerst een pakket mee naar huis. Goed voorbeeld doet goed volgen: een eeuw later was het kerstpakket ook in Nederland een traditie geworden!

6. Het Victoriaanse tijdperk: gezellig ouderwets met een vreemd kantje

Voorwoord






Romantische zielen en nostalgische schrijvers grijpen dikwijls terug naar de Victoriaanse tijd (1837-1905). Een premoderne tijd waarin er zekerheden waren in het leven maar blijkbaar ook veel eigenaardigheden. Ondanks de charme van de zwart-wit wereld zonder moderne stress en de kopzorgen van vandaag, blijkt desondanks dat ook die periode niet vreemd was van extremen en kenmerken die bizar waren. Er waren tradities, gebruiken, wetten die hedendaags gewoon lachwekkend of ongelofelijk overkomen, er waren bepaalde figuren die enkel maar in die tijd konden floreren. Wat volgt zijn enkele frappante voorbeelden die typerend zijn voor deze era. Is belangrijk te weten dat zowat de volledige wereld toen zich afspiegelde op het Verenigd Koninkrijk, het was immers het hoogtepunt van “The Great British Empire”.

 

Huizen voor armen

Inderdaad armoede blijkt jammer genoeg te hebben gestaan in alle tijden tot zelfs nog de onze. In de Victoriaanse tijd was er ook al een soort van armoedebestrijding en overheidshulp. De overheid stelde vuile huisjes ter beschikking voor de armen. De verhoopte doelstelling ging echter voorbij en het waren meer magneten voor alle marginalen van de maatschappij. Arm zijn in deze tijd werd aanzien als een gebrek aan eer en moraal. Er werd wel verwacht dat de bewoners een minimum aan werk verrichten en dikwijls huisde meer dan één familie in een huisje. Er werd algemeen aangenomen dat men niet lager kon vallen dan te moeten leven in een armoede huis.


Victoriaanse Keuken


De Engelsen stonden bekend dat ze een hekel hadden aan voedsel verspilling dus werd elk eetbaar dierlijk stuk geconsumeerd. Bij vele mensen wat de gedachte aan het eten van ingewanden bijvoorbeeld een ware verschrikking. Wat onze hamburger is vandaag bij de lokale fastfood keten, zo was schildpad soep de delicatesse van de tijd. Vandaag staat schildpad zelden op het menu met uitzondering van enkele Zuidelijke Amerikaanse Staten waar het nu nog een lekkernij is.

 

Pioniers van de chirurgie

In een tijd waar operaties routineus zijn geworden kijkt men met verbazing naar de eerste jaren van de chirurgie. Het was een tijd dat één vierde van alle geopereerde het leven lieten op de operatietafel. Het was niet alleen een mirakel om een competente chirurg te vinden, het was een bijna evenzeer zware opgave om een hygiënische operatiekamer te vinden. Vergeet pijnstillers, anesthesie of elektronische werktuigen. Een operatie duurde ellenlang en leunde dicht aan bij onvervalste horror toestanden.
Het was de gouden tijd van de experimenten, lobotomie, eerste behandelingen van psychiatrische patiënten en zelfs castratie waren “normale” ingrediënten in deze tijd.


 

Gothiek


Het was deze periode die ons een totaal nieuwe kunststroming en literair genre liet ontdekken namelijk deze die nu nog wordt bestempeld als Gotisch. Zeer belangrijke literaire werken zagen in deze tijd het levenslicht zoals Dracula, Dr. Jekyll en Mr. Hyde, Edgar Allen Poe. De aanwakkering van bepaalde menselijke angsten werd verheven tot een kunstvorm. Men kan gerust stellen dat hieruit het moderne Horrorverhaal is geboren.

 

Circus acts


Wat tevens typerend is voor deze tijd en aansluitend bij de Gotische opkomst zijn de talrijke exhibities van rariteiten. Meestal werd er uitgepakt met aangeboren anatomische misvormingen. Hier ook lag sterk de nadruk op angst, sensatie en emotie. Deze road shows kenden een enorm succes. Het levensverhaal van Joseph Carey Merrick beter bekend als de 'Olifanten man” is de geschiedenis ingegaan. Deze vorm van entertainment was één van de meest lugubere bezigheden van die tijd.

Thuis schouwburg


In een tijd waar er geen televisie noch internet was, bleek de oplossing simpel: zichzelf entertainen. In de hogere en middenklasse was het gebruikelijk om verkleedpartijen te organiseren en zelf toneelstukjes of pantomime uit te beelden. Wanneer men dergelijke situatie nu zou inbeelden in de huidige familiale context zou dit hilarisch zijn doch toen was dit een vorm van opperst vermaak.


 

De Engelse Mist


In deze periode werd er voor het eerst melding gemaakt van de legendarische Engelse mist. Naar verluid zo dik dat men geen halve meter voor zich uit zag. In feite was deze mist gedeeltelijk ontstaan door de zware industrialisering voornamelijk door de verbranding van kool en de nevel die steeds hing over de Thames rivier. Er vielen geregeld slachtoffers en deze mist werd op een geromantiseerde wijze uitgebuit in de literatuur. In latere speelfilms werd deze gretig gebruikt om bepaalde sfeerbeelden te creëren.

Jack the Ripper

Het was niet enkel in de literatuur dat de mistige avonden van Londen een spookachtige gedaante kregen. De meest beroemde psychopathische moordenaar ooit doolde rond in de mistige vuile straten in de late Victoriaanse periode. Jack the Ripper zoals de ijverige pers lui hem benoemden slachtte vijf prostituees af op de kille straatstenen op de meest beestachtige wijze men zich kan inbeelden. De incompetentie van de politie werd extra dik in de verf gezet door de kranten en gezien tot op heden de identiteit van de slachter van Londen onbekend is, groeide zijn legende buiten proporties. Deze Victoriaanse psychopaat zou de geschiedenis inwandelen als een klassiek tijdsbeeld. Zie hieronder voor een artikel van Jack the Ripper!

 

Memento Mori


Naar mijn inzien de nog meest bizarre traditie van die tijd was Memento Mori, Latijn voor “Vergeet niet je zult sterven!”. Men moet weten dat de fotografie die eveneens in zijn kinderschoenen stond verschrikkelijk duur was, met deze kennis is deze traditie nog luguberder dan alle anderen. Het was gebruikelijk nadat een persoon was overleden om hem of haar te omringen met familieleden in een gefabriceerde pose om zo nog een foto te kunnen nemen samen. Men kan hier zelfs spreken van Photoshop avant la lettre want er werd make-up gebruikt om de overledene er “meer levendig” te doen uitzien, soms werd er achteraf op de foto met de hand ogen op geschilderd. Deze post-mortum fotografie was big business en er zijn tienduizenden foto’s bewaard gebleven, hoe luguber ook.


 

Koningin Victoria


Uiteraard kon deze kranige dame die haar naam heeft gegeven aan het tijdperk niet ontbreken. Hoewel ze een indrukwekkend personage was, kon ze ook behoorlijk bizar uit de hoek komen. Toen haar man Albert overleed in 1861 droeg ze zwarte rouwklederen tot aan haar eigen dood. Ze staat tevens bekend als de kluizenaar Koningin want ze vermeed alle publieke manifestaties en zette zelden voet in de hoofdstad. Haar strakke donkere regeerperiode had een enorme invloed op de maatschappij in negatieve zin. Op haar eigen begrafenis was er door de bevolking geen zwarte kledij te bespeuren enkele witte en purperen kledingstukken alsof het volk verlost was van de zwarte Koningin.

 

Fysiek geweld en Drugs


In alle scholen werd een Spartaans militair regime gehanteerd. Lijfstraffen waren schering en inslag en in bepaalde gevallen zeer extreem zelfs met de dood tot gevolg.

Het was een man toegestaan om zijn vrouw te slaan met een stok, maar de stok mocht niet breder zijn dan een duim. De status van de vrouw was dan ook niet altijd rooskleurig.

Opium was legaal en Opium huizen werden druk bezocht. Laudunum bijvoorbeeld was een opium drankje opgelost in wijn en werd voorgeschreven als een pijnstiller.

 

Feiten en weetjes


• Kinderen zagen hun ouders zelden. Er werden heuse afspraken geregeld om de kroost te zien die meestal opgevoed werden door gouvernantes.
• vrouwen vervaardigen met hun eigen haar kunstwerken, haar werd ingelijst en tentoongesteld in het salon.
• Het was gebruikelijk voor de mannen om Makassar olie te gebruiken om hun haar correct in plaats te houden.
• Het was onzedelijk om de blote enkel van een dame te zien.
• Een egel was een veelvoorkomend huisdier, men hield ze voornamelijk om insecten te bestrijden.
• Men was in de overtuiging dat eten beter verteerde in een donkere omgeving dus niet zelden werd er gegeten in de kelder.


 


• Een veel voorkomende misdaad was kidnapping. Een kind werd ontvoerd ontdaan van de dure kledij en in hun ondergoed terug naar huis gestuurd.
• Een man kon slechts de voornaam van een vrouw vernoemen indien ze officieel verloofd waren.
• De voornaamste doodsoorzaak van die tijd was tuberculose. Bij vrouwen was het de grootste doodsoorzaak. Andere veel voorkomen ziektes waren cholera en pokken.
• Rugby werd in deze periode uitgevonden.
• De drank gewoonten waren bizar te noemen: Porto was de meest mannelijke drank, en er was Sherry voor de vrouwen.


 

Bedenking


Hoewel deze periode ongetwijfeld een tijd was van de grote wonderen en dat het voor het eerst duidelijk werd dat de wetenschap de wereld nu in een versneld tempo zou gaan veranderen is het ongetwijfeld een episode geweest in de menselijke geschiedenis die voor de overgrote deel van de bevolking een gevecht is geweest om te overleven. Naast de ontegensprekelijke romantische aantrekking stond dan weer een maatschappij die gevangen was in een keurslijf van moraliteit en onwetendheid.


Het is belangrijk te gedenken dat ook in deze vreemde tijd er bepaalde mensen zich hebben gemanifesteerd met een duidelijk streven voor beterschap in het menselijk bestaan. De monarch van het Britse Rijk mag dan wel haar naam hebben gegeven aan die periode, lijkt me eerder dat ze een obstakel was voor de zelfontplooiing van het menselijk denken en de natuurlijke drang om zichzelf te verheven naar een beter leven.


De wereld van Sherlock Holmes, Dracula, Jack the Ripper is fascinerend in boekvorm doch de realiteit was helemaal niet zo mysterieus als de mist banken over de Thames of helemaal niet zo romantisch voor de gewone man in de straat.

© Thalmaray – 2011.

7. Victorianen waren zo gek nog niet

Monica Soeting − 24/08/02 Trouw

Denkt u ook dat alleen wij in een snel veranderende samenleving wonen? En dat er nooit eerder een tijd heeft bestaan als de onze - zo vol snelle technische ontwikkelingen, ingrijpende sociale gebeurtenissen als migratie, emancipatie en toenemende agressie? Think again, zoals de Engelsen zeggen, en zoals de Engelsen doen, want de laatste jaren is er in Engeland een flinke herwaardering van het verleden aan de gang, vooral van de Victoriaanse tijd.

 

In de oude Tate Gallery werd vorig jaar een tentoonstelling gehouden over het 'Victoriaanse naakt', die duidelijk maakte dat de Victorianen helemaal niet zo preuts waren als wij altijd dachten. Een uitzending die de BBC aan de tentoonstelling wijdde, liet zien dat koningin Victoria en haar man prins Albert elkaar bij voorkeur beeldhouwwerken van naakte dames cadeau deden -klassieke naakte dames weliswaar, die het meest prikkelende lichaamsdeel met een lapje stof of een strategisch gekozen palmtakje bedekten, maar toch: naakten. En dat voor een koningin over wie nog steeds het verhaal de ronde doen dat zij de poten van haar piano's met hoezen liet bedekken, opdat die niemand aan blote vrouwenbenen zouden doen denken.

Think again was ook het motto van een BBC-serie die was gewijd aan de vele uitvindingen die er in de negentiende eeuw zijn gedaan. In het boek dat tegelijk verscheen, vertelt Adam Hart-Davis enthousiast over de verfijning van de stoommachine, de invoering van de elektriciteit en de vooruitgang die er op het gebied van de medicijnen werd geboekt. Voor de meeste Victorianen waren al die nieuwe uitvindingen niet minder ingrijpend dan de invoering van de persoonlijke computer in onze tijd. Je hoeft er de romans van de grote Victoriaanse schrijvers maar op na te slaan om te zien hoe snel en hoe hevig de nieuwe machines de levens van bijna alle negentiende-eeuwse Britten veranderden.


Veertig jaar na het begin van de industriële revolutie beschreef George Eliot in 'Middlemarch' hoe het Engelse platteland aan het begin van de negentiende eeuw haar oude structuren verloor. Mrs Gaskell vertelde in 'Mary Barton' over de onvoorstelbare armoede en ellende die de volksverhuizing van de dorpen naar de nieuwe industriesteden met zich meebracht. Aan de andere kant liet Eliot ook zien dat alle nieuwe denkbeelden en technieken voor de meeste mensen uiteindelijk een grotere welvaart, een betere gezondheid en betere opleidingen betekenden.

Charles Dickens belichaamde de gemengde gevoelens waarmee dergelijke ontwikkelingen in de regel gepaard gaan. Zijn romans zijn geen realistische verbeeldingen van zijn tijd, maar drukken een vaak irrationele angst voor de snel veranderende samenleving uit. Ze verwoordden vooral het verlangen naar een mythische gouden tijd waarin alles zo was zoals het hoort te zijn - een mythe die tegenwoordig op de jaren vijftig van de vorige eeuw wordt geprojecteerd, en die Dickens in de decennia vóór de industrialisatie situeerde.

Om die tijd zo rozig mogelijk te doen lijken, argumenteert Matthew Sweet in 'Inventing the Victorians' (een boek geheel gewijd aan alle misvattingen over de Victoriaanse tijd), moest Dickens zijn eigen tijd zo afschrikwekkend mogelijk afschilderen. Daarom beschreef hij bijvoorbeeld het Londense East End als een verzameling opiumhuizen, geleid door uitgeteerde Chinezen en hun hologige Engelse liefjes, terwijl er volgens Sweet in Dickens' tijd in heel Londen slechts één zo'n uitbaterij te vinden was.

Dickens' romans, schrijft Sweet, ,,staan vol met portretten van kindermishandelaars, een neurotisch restant van de periode waarin hij als twaalfjarige in een verffabriek werkte -een leeftijd die zijn eigen generatie net zozeer als de generaties vóór hem volkomen normaal achtte''.

Sweet wijst erop dat Dickens gemakshalve voorbijging aan het feit dat er al in de eerste jaren van de negentiende eeuw tegen kinderarbeid werd geprotesteerd, en dat er vanaf de jaren dertig doorlopend allerlei wetten werden ingevoerd die kinderen tegen uitbuiting moesten beschermen. Niet dat Sweet ontkent dat er verschrikkelijke dingen gebeurden in de negentiende-eeuwse fabrieken. Hij laat alleen zien dat het een niet zonder het ander bestond: waar mensen werden mishandeld, uitgebuit of onderdrukt, waren er altijd anderen te vinden die voor hun bevrijding vochten -ook in de Victoriaanse tijd.

Hetzelfde geldt voor allerlei andere misstanden. Aan de ene kant van het spectrum had je onvoorgelichte meisjes die geen idee hadden wat hun op de huwelijksnacht te wachten stond, en aan de andere vrijgevochten vrouwen die het met de moraal niet zo nauw namen. Dat sommige dames het woord 'been' niet in de mond durfden te nemen, is waar, zegt Sweet, maar met zulke preutsigheden werd ook door hun tijdgenoten al hevig de draak gestoken. Wie de Victorianen als benepen en bekrompen beschouwt, die moet, jawel, nodig anders gaan denken: we beschouwen ze als racisten, maar ondanks de vele grote immigratiestromen kenden ze geen anti-immigratiewetten; we denken dat ze geen pleziertjes kenden, maar het massatoerisme werd in die tijd uitgevonden, en hallucinerende middelen kon je bij elke drogist zonder recept tegen een geringe prijs aanschaffen.

En wie denkt dat de huidige jeugd door gewelddadige films en videospelletjes wordt bedorven, die moet de bladen van de sensatiepers uit die tijd maar eens bekijken. Sigarenboeren verkochten posters van seriemoordenaars, en sensatieromans -Sweet noemt 'The Woman in White' uit 1860 en 'Lady Audley's Secret' uit 1862- stonden zo boordevol seks en geweld dat zwartkijkers ervan overtuigd waren dat ze tot drankmisbruik, waanzinnigheid of copycat-misdaad aanzetten -het imiteren van misdaad.

Net als Hart-Davis prijst Sweet de ijver van de negentiende-eeuwers. Laten we niet vergeten, zegt hij, dat zij de huizen bouwden waarin de meeste Britten nog steeds wonen, de tunnels waardoor ze naar hun werk rijden, de rioleringen waarmee hun excrementen worden afgevoerd en de musea waar ze hun zondagmiddagen doorbrengen.

Met diezelfde roep om rehabilitatie presenteert ook de historicus Simon Schama op het ogenblik een serie over de Britse geschiedenis sinds het eind van de achttiende eeuw. De grote vraag is daarom: waarom is er in Engeland op het ogenblik zoveel aandacht voor de Victoriaanse tijd? Het meest voor de hand liggende antwoord is dat het vorig jaar honderd jaar geleden was dat koningin Victoria stierf en het Victoriaanse tijdperk dus officieel ten einde liep. Dat verklaart echter hoogstens de extra aandacht voor die periode in de Britse geschiedenis, maar niet het enthousiasme waarmee men haar van alle vooroordelen ontdoet.

Misschien komt dat enthousiasme voort uit dezelfde angst die Dickens aanzette tot de verheerlijking van het pre-industriële Engeland: kijk, vroeger was het allemaal zo slecht nog niet en in sommige opzichten was het honderdvijftig jaar geleden allemaal beter dan nu. Maar ook dat lijkt een al te simpele uitleg. Hart-Davis, Sweet en Schama wijzen wel degelijk ook op de misstanden uit de negentiende eeuw. Ze zijn niet blind voor de sociale en technische verbeteringen die er in de twintigste eeuw werden ingevoerd. Wat ze willen laten zien, is dat er in de Victoriaanse tijd niet slechts één mening, één moraal en één geloofsovertuiging bestond.

,,Dit boek'', schrijft Sweet in zijn woord vooraf, ''is een poging om de Victorianen in een nieuw daglicht te stellen: om op een nieuwe manier tegen overgedragen ideeën over hun cultuur aan te kijken; om mythe van realiteit te onderscheiden; om de weg vrij te maken voor een nieuwe verhouding tussen de negentiende-eeuwers en onszelf.'' Daarmee doet Sweet iets dat niet alleen voor Britten belangrijk is. Als ook wij onze vooroordelen over de negentiende eeuw eens beter zouden bekijken, zou ons dat op een plezierige en vooral niet bedreigende manier in staat stellen onze eigen mythes van de feiten los te maken. Dan zouden we realiseren dat de meeste autochtonen afstammen van de grote groepen immigranten die in de negentiende eeuw in Nederland arriveerden, dat ons land ook in die tijd door veel mensen al vol werd verklaard, en ook toen de media verantwoordelijk werden gehouden voor excessief geweld.

De leegloop van kerken en het tanende enthousiasme voor het koningshuis zouden niet tot allerlei paniekreacties over een vermeend verlies van normen en waarden leiden: in de negentiende eeuw werd het machtsverlangen van de Oranjes stevig aan banden gelegd en ook in die tijd werd over de leegloop van de kerken geklaagd. ,,De enige plicht die we tegenover de geschiedenis hebben, is haar te herschrijven'', zei een van de beroemdste Victorianen, de notoire Oscar Wilde. Het zou vanwege de clichés die er op dit moment over onze eigen samenleving de ronde doen, geen kwaad kunnen als ook wij die plicht serieus namen.

  8.Trouwtrend 2012: Victorian Style


Door op 29 november 2011 ·
Volgens verschillende trendwatchers wordt de Victoriaanse stijl in 2012 hét thema voor bruiloften. Mede door de populariteit rondom de Royal wedding van William en Kate eerder dit jaar, zullen het komende jaar de bruidsjurken, maar ook de bruiloftthema’s veelal daarop geinspireerd zijn.

Trouwjurk: wit en kant
Een Victoriaanse jurk is altijd wit van kleur. Queen Victoria was niet voor niets de trendsetter door het dragen van een witte trouwjurk. Daarnaast zijn kenmerken van een Victoriaanse trouwjurk:lange mouwen, hooggesloten kraag en veel kant en ruches.

Bloemen: Oranjebloesem en rozen
De standaard Victoriaanse bloem is de roos. De rozen worden in een boeket samengesteld, bij voorkeur met oranjebloesem. In de Victoriaanse tijd hechtte men veel waarde aan de betekenis van bloemen. Oranjebloesem is daarom ook niet opmerkelijk: deze staat voor Vruchtbaarheid.

Uitnodigingen: wit en gecaligrafeerd
Voor de uitnodiging kies je voor glad wit- of ivoorkleurig papier met een Victoriaans lettertype (klik op de link voor voorbeelden!). De enveloppen worden gecaligrafeerd en voorzien van een vintage stempel.

Tip: Zoek op zolders van je familie, ouders of grootouders naar oude erfstukken, zoals linnengoed, servies of zelfs zakdoeken.

Roze, groen, goud, juweelgetint, blauw, bordeaux, koper: het decor
Het Victoriaanse kleurenpalet bestaat uit: roze, groen, goud, juweelgetinte kleuren blauw, bordeaux en koper. Voorzie de tafels van antiek kant en vazen met romantisch bloemwerk. Ook kunnen kaarsen niet ontbreken. Benoem de tafels voor de tafelschikking naar namen uit het Victoriaanse tijdperk (zoals dichters Elizabeth Browning & Alfred Lord Tennyson). Kies voor een traditioneel gastenboek en zet op deze tafel een aantal zwart-wit portretten uit de familie in mooie antieke fotolijsten. Tip: Zoek op zolders van je familie, ouders of grootouders naar oude erfstukken, zoals linnengoed, servies of zelfs zakdoeken.

Vioolmuziek
Voor de muziek kies je voor violisten tijdens de receptie en een harpist tijdens het diner. Om lekker te dansen tijdens het feest, huur je een strijkkwartet in. De openingsdans is een wals.

Bruidstaart: wit glazuur
De bruidstaart is vaak een vruchtentaart versierd met witte glazuur en bedekt met oranje bloesem. Bij de echte Victoriaanse bruiloften, wordt vaak gekozen voor een desserttafel en wordt de bruidstaart verpakt en aan de gasten meegegeven bij vertrek (zoals dat ook bij Amerikaanse bruiloften voorkomt).

Voor een echte Victoriaanse bruiloft kies je voor een botanische tuin of een locatie met de zogenoemde ‘manicured lawns’, rozentuinen, het liefst met standbeelden en/of fonteinen.

Mijn locatietips
Voor een echte Victoriaanse bruiloft kies je voor een botanische tuin of een locatie met de zogenoemde ‘manicured lawns’, rozentuinen, het liefst met standbeelden en/of fonteinen. Een greep uit de Toptrouwlocaties die geschikt zijn voor een Victoriaanse bruiloft:

Kasteel Engelenburg, Brummen (Gelderland)
Kasteel Huis de Voorst, Eefde (Gelderland)
Kasteel de Hooge Vuursche, Baarn (Utrecht)
Landgoed Duin & Kruidberg, Santpoort/Haarlem (Noord Holland)
Kasteel Keukenhof, Lisse (Zuid-Holland)
Landgoed Oldruitenborgh, Vollenhove (Overijssel)


 

9.Onthoofde portretten uit de Victoriaanse fotografie

12 januari 2013 door Roy Sprangers

De opkomst van de fotografie heeft in de Victoriaanse tijd (1839-1901) tot veel opmerkelijke taferelen geleid. Zo was het in Groot-Brittannië niet ongebruikelijk om overleden familieleden nog op de foto te zetten en berichtte IsGeschiedenis eerder ook al over het opmerkelijke fenomeen van de ‘verborgen moeders’. De meest macabere – en tegelijkertijd zeer humoristische – trend uit de Victoriaanse fotografie was echter ongetwijfeld die van de onthoofde portretten.


De uitvinding van de eerste commercieel haalbare vorm van fotografie, de Daguerreotypie, in 1839 resulteerde in een sterke opleving van de portretkunst. Veel mensen uit de middenklasse – die de commissie van een schilder niet konden betalen – kregen nu namelijk de beschikking over een goedkoper alternatief om zichzelf toch te kunnen laten vereeuwigen. De meesten van hen kozen voor een gewoon portret, maar enkelen gaven de voorkeur aan een iets uniekere foto:

Deze opmerkelijke Victoriaanse foto’s werden gemaakt door het combineren van meerdere negatieven in één foto. Fotografen waren op deze manier in staat om allerlei illusies en trucagefoto’s te creëren die er zeer realistisch en schokkend uitzagen. Op 23 mei 1878 plaatste de Britse fotograaf Samuel Kay Balbirnie zelfs een advertentie om deze techniek aan te prijzen. “Onthoofde foto’s met mannen en vrouwen wiens hoofden in hun schoot zweven”, zo viel er te lezen in de krant.

De trend resulteerde in een aantal opmerkelijke, hilarische en soms ook macabere beelden uit een tijd die toch vooral bekendstaat om de strenge regels en preutsheid.






 

10. Het verhaal achter Laura Ingalls Wilder,de schrijfster van ´Het Kleine Huis op de Prairie` 

Door Milan van Lange

Ze is de dochter van een Amerikaanse pionier en reist in haar jeugd door Amerika. Onderweg houdt ze meerdere dagboeken bij, maar het is haar dochter Rose die haar op latere leeftijd overhaalt haar herinneringen te publiceren. De hierop gebaseerde televisieserie Little House on the Prairie wordt een groot succes. Laura Ingalls Wilder werd geboren op 7 februari 1867 in Pepin, Wisconsin.

Laura Ingalls Wilder was de tweede in de rij van vier dochters. Haar vader was de vrolijke pionier Charles Ingalls en haar moeder was Caroline Lake Quiner, een ontwikkelde en zachtaardige vrouw. Het Amerikaanse pioniersgezin trok rond met een huifkar richting het ongerepte westen van Amerika. Op plaatsen waar ze langer verbleven bouwde vader eenvoudige houten huizen. Indien mogelijk ging Ingalls naar school, maar door de frequent voorkomende verhuizingen is ze grotendeels door haar ouders onderwezen. Al op 15-jarige leeftijd behaalde ze een certificaat waarmee ze les kon geven aan kinderen. Dit was niet haar passie, maar Ingalls kon zo een bijdrage leveren aan het gezinsinkomen.

Op 16-jarige leeftijd ontmoette ze Almanzo Wilder, een tien jaar oudere boer die net als Ingalls verhuist was naar De Smet, een dorp in Zuid-Dakota. Twee jaar later trouwde ze met hem. Ze stopte met lesgeven en ging haar man helpen op de boerderij. Op 5 december 1886 kreeg ze een dochter, Rose. Drie jaar later kreeg ze nog een zoontje, die kort na de geboorte overleed. Daaropvolgend kreeg Almanzo Wilder difterie, een slopende ziekte die zijn halve lichaam verlamde. Toen hun eigengebouwde boerderij afbrandde trok het gezin naar Mansfield, waar ze zich definitief vestigden.

Doordat Ingalls Wilder en haar echtgenoot weinig zelf werkten op de boerderij, had ze de mogelijkheid om haar (jeugd)herinneringen op te schrijven. Rose was inmiddels schrijfster en haalde haar moeder over de avonturen uit haar jeugd te publiceren. In eerste instantie zagen uitgeverijen weinig in het autobiografische werk, tot Ingalls Wilder besloot zich te richten op de belevenissen van het hele gezin. De eerste uit haar serie ‘Het kleine huis’-boeken werd in 1932 meteen een succes. Er zouden nog verschillende delen volgen. Op 10 februari 1957 stierf Ingalls Wilder op 90-jarige leeftijd. In 1974 startte de televisieserie, die doorliep tot 1983 en daarna wereldwijd meermaals herhaald werd.

11. Paarden en hun mestprobleem in de 19e eeuw


Door: 
 


In de 19e eeuw was het stedelijke transport van mensen en goederen vrijwel volledig afhankelijk van paardenkracht. Nu lijkt dit principe een stuk veiliger en milieuvriendelijker dan de hedendaagse automaatschappij, maar niets is minder waar. De enorme aantallen paarden in de Westerse steden zorgden namelijk voor nog veel grotere problemen, waaronder ziektes, verkeersdoden, geluidsoverlast, en het ergste van allemaal: een gigantisch overschot aan mest.De overlast die wordt veroorzaakt door het stedelijk verkeer is geen modern probleem. Al in de oudheid werd Julius Caesar geconfronteerd met klachten van Romeinse burgers over frustrerende verkeersopstoppingen, te smalle straten en veel te lawaaiige wagons. Deze problemen namen alleen nog maar verder toe in de 19e eeuw, toen een periode van verstedelijking en bevolkingstoename resulteerde in een gigantische groei van de Westerse steden. Zo steeg het aantal inwoners van New York van 79.216 in het jaar 1800 tot maar liefst 3.437.202 in 1900.

Paardenvervoer

Veruit het merendeel van deze 3,4 miljoen New Yorkers was voor hun dagelijkse bestaan afhankelijk van het paardenvervoer. Zo transporteerden de handelaren hun goederen vaak per wagon en lieten vele burgers en arbeiders zich met paardenbussen en paardentaxi’s naar het werk vervoeren. Deze sterke afhankelijkheid van dieren bracht echter ook grote problemen met zich mee. Zo ging een aanzienlijk deel van de jaarlijkse oogst op aan het voeren van alle paarden en veroorzaakten het voortdurende gehinnik en het gekletter van ijzeren hoeven op stenen straten veel geluidsoverlast.
Problemen
Een nog veel groter probleem was het hoge aantal verkeersslachtoffers. In de drukte van de stad hadden de paarden namelijk nogal eens de neiging om te bijten of te trappen, met als gevolg dat het aantal doden per verkeersgebruiker in 1900 ruim 75 procent hoger lag dan vandaag de dag. Daarnaast was ook het sterftecijfer onder de trekdieren zelf aanzienlijk. Gemiddeld ging een stadspaard maar drie jaar mee, met als gevolg dat er in New York op straat dagelijks 41 paarden het leven lieten. De straatvegers lieten deze lijken vervolgens bewust nog enkele dagen liggen langs de kant van de weg, zodat ze gingen rotten en daarmee beter te versnijden waren.

Mestoverschot

De stank van rottende paardenlijken zal menig New Yorker uit de 19e eeuw echter nooit zijn opgevallen, want de allesoverheersende geur op straat was toch die van paardenuitwerpselen. Ieder stadspaard liet elke dag minstens 1 liter urine en tussen de 7 en 15 kilo mest achter, wat met een paardenpopulatie van 100.000 in New York resulteerde in een dagelijkse vervuiling van 100.000 liter paardenurine en ongeveer 1.2 miljoen kilo paardenstront. In de vroege dagen van het dierentransport was dit overigens niet zo’n probleem, want toen konden de steden hun mestoverschot simpelweg doorverkopen aan de boeren. Met de toename van het aantal stadspaarden in de late 19e eeuw was de prijs van mest echter volledig ingestort, met als gevolg dat de stadsschoonmakers hun uitwerpselen aan de straatstenen niet meer kwijt konden.

Grote Paardenmestcrisis

De meeste Westerse steden zagen zich daarom genoodzaakt de paardenpoep te dumpen op de verlaten kavels in de stad, met als gevolg dat het straatbeeld van Londen al snel werd ontsierd door 9 meter hoge mesthopen. Een journalist van de The Times sprak in 1894 zelfs van de ‘Grote Paardenmestcrisis’ en voorspelde dat, als men op dezelfde manier door zou gaan, alle straten van Londen binnen 50 jaar bedolven zouden zijn onder 3 meter dikke laag paardenmest. Zijn collega’s in Manhattan deden een soortgelijke prognose en schreven over wegen die ‘letterlijk bevloerd [waren] met een dampende bruine substantie die een geur voortbracht die reikte tot in de hemelen’. In 1898 was de paniek zelfs zo groot dat er een tiendaagse internationale conferentie werd belegd om de wereldwijde Paardenmestcrisis aan te pakken. De afgevaardigden kwamen echter al snel tot de conclusie dat het probleem te omvangrijk was en daarom simpelweg niet opgelost kon worden. De doemvoorspellingen van de journalisten kwamen echter niet uit, want binnen enkele decennia loste de crisis zichzelf op. Met de opkomst van de auto maakten de uitwerpselen in rap tempo plaats voor uitlaatgassen en was iedereen de Paardenmestcrisis van 1894 al weer snel vergeten.



Door: http://www.isgeschiedenis.nl/author/francis-boer/

12. Jack the Ripper, mythevorming en identeit 


De identiteit van de bekendste seriemoordenaar in de populaire cultuur is ontdekt. Jack the Ripper, van wie zijn naam en verborgen identiteit hebben bijgedragen aan de enorme mythevorming rond zijn persoon, was – zo werd 8 september 2014 bekend – een paranoïde schizofreen uit Polen, Aaron Kosminski genaamd. In 1888 werden in de armoedige, Londense wijk Whitechapel vijf gruwelijke moorden gepleegd die werden toegeschreven aan dit macabere personage.

Barbaarse verminkingen

Tussen 31 augustus en 9 november 1888 werden in Whitechapel vijf prostituees vermoord op eenzelfde, barbaarse wijze, ze staan bekend als de cannonical five. Men vond de slachtoffers terug met doorgesneden keel, zware verminking en zelfs verwijderde organen. Het hoofd van de vrijwilligerspatrouille in de wijk, Georg Lusk, kreeg een brief van de vermeende dader met een deel van de nier van één van de slachtoffers in een doos erbij. Het is bekend geworden als de ‘From Hell- brief’ en werd als volgt in gebrekkig Engels opgesteld:

‘From hell

Mr Lusk Sor I send you half the Kidne I took from one women prasarved it for you tother piece I fried and ate it was very nise. I may send you the bloody knif that took it out if you only wate a whil longer. signed Catch me when you can Mishter Lusk.’

Mediahype

Daarnaast schreef de moordenaar nog een brief die hij ondertekende met de naam Jack the Ripper. Tegenwoordig wordt aangenomen dat deze mediagenieke bijnaam door een journalist is verzonnen om het verhaal wat levendiger te maken: de gevonden brief was waarschijnlijk nep. De naam, evenals de gruwelijkheid van de gepleegde moorden en het feit dat de dader maar niet gevonden werd, leidde tot een langdurige – en zelfs wereldwijde – mediahype.

De Ripper in de populaire cultuur

In oktober 1888 verscheen er al een eerste gothic novel over de Whitechapel-moorden, met als centraal thema de moord op Catherine Eddowes (één van de cannonical five) van 30 september 1888, geschreven door John Francis Brewer. In de jaren erna verschenen er diverse artikelen, romans en semi-serieuze studies rond Jack in binnen- en buitenland. Diverse theorieën over mogelijke beweegredenen van de dader evenals zijn achtergrond passeerden hierin de revue. In diverse Jack the Ripper-verhalen kreeg Sherlock Holmes een rol, ook zijn er diverse verhalen die de Ripper tot een onsterfelijk personage maakten of zijn figuur verwerkten in een science-fiction setting.

In 1927 werd de eerste film (naar het boek van Belloc Loundes) door Alfred Hitchcock op het witte doek gebracht: The Lodger: A Story of the London Fog. Tot en met 2009 werd het boek nog eens vier keer verfilmd. Daarnaast zijn er ruim vijfendertig andere films en serie-episodes uitgebracht door de tijd heen. Tegenwoordig is de bekendste misschien wel From Hell, een film uit 2001 met Johnny Depp. Ook zijn er een aantal theater-, opera- en musicalbewerkingen van het verhaal van de moordenaar gemaakt, in 1917 bijvoorbeeld werd The Lodger voor het eerst op Broadway uitgevoerd.
Tot slot zijn er zelfs een aantal stripboeken aan het karakter gewijd, komt hij sinds 1987 als belangrijk personage voor in ten minste zestien games en zijn er verschillende metalbands die tracks maakten die associeerden aan de naam of het personage.

Complottheorieën en mogelijke verdachten

Toen de moorden net waren gepleegd, dacht men dat de dader wel een chirurg of slager moest zijn, daar de organen vakkundig uit de lichamen van de slachtoffers waren verwijderd. Frederick Abberline, de inspecteur die de moorden moest onderzoeken, liet tijdens zijn leven niets los over de mogelijke dader, alleen dat hij ‘tot de elite zou behoren’. Een andere theorie betrok daarop het Britse koningshuis – en in het bijzonder prins Albert Victor jr. – bij de moorden, hij zou een kind bij een prostituee hebben verwekt en om een internationaal schandaal te voorkomen zou de hofhouding de moorden hebben gepleegd. In 2002 nog werd een boek gepubliceerd waarin werd beweerd dat kunstschilder Walter Sickert (een bekende binnen de hofhouding) , wellicht de dader zou zijn.

Ook werd de dader gezocht onder vooraanstaande leden van de vrijmetselarij. De moordplaatsen vormden op de Londense kaart – als men ze verbindt – namelijk een pentagram, een veelgebruikt occult teken binnen de vrijmetselarij. Meer dan honderd dokters, invloedrijke mensen (bijvoorbeeld de vader van Winston Churchill), minder invloedrijke criminelen en zelfs verschillende vrouwen werden verdacht. Zo dook in 2012 de naam Lizzie Williams op, de vrouw van een arts in een abortuskliniek die zelf geen kinderen kon krijgen en naar verluidt daarom de baarmoeders uit het lijf van de slachtoffers sneed.

Aaron Kominski

In 1888 behoorde de Pool Kominski al tot één van de drie hoofdverdachten van de Whitechapel-moorden. Toch kon zijn betrokkenheid nooit worden bewezen en ging hij vrijuit. Ruim 125 jaar later lijkt hij door de moderne techniek toch als dader te worden aangewezen. Op een sjaal die naar verluidt toebehoorde aan één van de slachtoffers, Catherine Eddowes, werd uitgebreid forensisch onderzoek gedaan en er werden sporen DNA gevonden in de bloed- en spermavlekken die overeenkwamen met het DNA van de nakomelingen van Eddowes en Kominski.

Hoewel niet iedereen de onderzoeksmethode voor 100% vertrouwt, lijkt er eindelijk overtuigend bewijs: Jack the Ripper was Aaron Kominski, een gevluchte Poolse jood die paranoïde en schizofreen was en leed aan hallucinaties. Deze kapper uit Whitechapel pleegde de moorden op 23-jarige leeftijd. In 1891 werd hij opgenomen in een gesticht, waar hij op 53-jarige leeftijd aan gangreen overleed.

Hiermee lijkt een einde te komen aan ruim een eeuw van speculeren en fantasierijke complottheorieën rond deze verpersoonlijking van het kwaad. Geen koninklijke samenzwering, geen occult ritueel en al helemaal geen jaloerse vrouw zonder kinderen, maar een gestoorde figuur is Jack the Ripper. De meest gehypete seriemoordenaar in de geschiedenis valt zo een beetje van zijn mythische voetstuk.

Kijk op mijn facebookpagina: https://www.facebook.com/VictoriaansEngeland voor een filmpje van een Jack the Ripper tour in Londen.